ASS toont zich op 3 vlakken

Wie ASS heeft, is vaak extra gevoelig aan zintuiglijke waarnemingen en geraakt gemakkelijk overprikkeld. De moeilijkheden tonen zich op 3 punten: communicatieve vaardigheden, flexibiliteit in gedrag en sociale moeilijkheden

Communicatie

Zowel begrijpen van anderen als zich verstaanbaar maken lopen moeilijk. Dat uit zich door:

  • Taal bijleren gaat trager
  • Eigenaardig taalgebruik met soms zelfverzonnen woorden
  • Hardnekkige fouten in de uitspraak
  • Vaak over hetzelfde praten, soms doordrammen, een te volwassen taalgebruik
  • Letterlijk herhalen wat anderen zeggen, soms met vertraging (echolalie)
  • Problemen hebben om anderen juist te begrijpen. Dingen wel letterlijk begrijpen, maar niet figuurlijk. Geen zinspelingen kunnen begrijpen. Daardoor letterlijk of verkeerd opnemen wat anderen zeggen
  • Niet meteen reageren wanneer aangesproken
  • Niet kunnen meegaan in een gesprek wanneer iemand op een ander onderwerp overgaat
  • Non-verbale emoties en gebaren niet juist herkennen en interpreteren
  • Meer over feiten dan over gevoelens praten
  • Niet imiteren van anderen of juist heel letterlijk imiteren zonder de bedoeling te begrijpen

Flexibel denken en handelen

Denken verloopt heel rigide en hard. Gewoontes zijn daarom heel vast. Kenmerken zijn:

  • Volgordes staan vast: dingen moeten in volgorde gebeuren. Bijvoorbeeld eerst wassen dan ontbijten en nooit omgekeerd.
  • Een drang tot sorteren van voorwerpen, altijd meteen en nauwkeurig willen opruimen, dan is het overzichtelijk.
  • Hetzelfde willen doen met dezelfde voorwerpen. Altijd op dezelfde stoel willen zitten, uit dezelfde beker drinken. Wortelen zijn lekker? Meng ze niet met erwten, want zo worden wortelen niet gegeten.
  • Geen nieuwe kleren willen aandoen, geen onbekend voedsel willen proeven.
  • Paniekerig reageren als er een andere weg wordt genomen naar een bekende bestemming.
  • Vreemde verbanden leggen. Een keer op bezoek bij de grootouders met een rode regenjas aan, betekent al gauw dat ‘op bezoek bij de grootouders’ altijd met een rode regenjas moet.
  • Dingen anders kunnen in een andere omgeving. Bijvoorbeeld op school wel kunnen fietsen en thuis niet.
  • Voorwerpen verzamelen, vaak buitensporig en van zinloze objecten zoals steentjes, potloodpunten, ...
  • Overdreven veel praten of doordrammen over een bepaald onderwerp.
  • Uitzonderlijk veel weten over een thema dat je niet meteen bij de leeftijd zou associëren.
  • Vaak voorkomende fascinaties zijn treinen, automerken, cijferobjecten, paarden,...
  • Fantasie is moeilijk. Rollenspellen, denkbeeldige spellen enz. lopen moeizaam.

Problemen op sociaal vlak

  • Niet aanvoelen in welke situatie welk sociaal gedrag gepast is, onuitgesproken sociale regels niet aanvoelen, niet gepast reageren.
  • Oogcontact vermijden of maar heel vluchtig oogcontact maken.
  • Geen informatie of de verkeerde informatie afleiden uit oogcontact
  • Het verschil niet zien tussen goedbedoeld plagen en pesten.
  • In groepssituaties óf de anderen domineren om controle te behoude of juist heel kwetsbaar zijn in groep.
  • Moeilijkheden ervaren in samenspel, geen regels begrijpen of kunnen volgen, verkeerd interpreteren van de bedoelingen van anderen.
  • Moeite hebben om interesses te delen met leeftijdsgenoten, vaak omgaan met wie jonger of ouder is. Of eerder alleen blijven.
  • Contact zoeken maar niet weten hoe en daardoor soms anderen raar aanraken of zelfs slaan.
  • Een gebrek aan wederkerigheid in een relatie: zelf willen bepalen hoe de relatie loopt en niet ingaan op voorstellen van de ander.

Liever een babbel met een vertrouwenspersoon van het CLB?

Spring ff binnen Chat met een CLB-medewerker

Ben je een ouder?